• Highfield Insurance Services (met dank aan

Liquidatiereserve in vennootschap, of pensioenopbouw via IPT?


Door jaarlijks een liquidatiereserve aan te leggen, kunt u later bij de vereffening van uw vennootschap die reserve aan uzelf uitkeren zonder extra belasting. Is dat dan een goed alternatief voor een individuele pensioentoezegging of toch niet echt?

IPT: waarover gaat het?

Premies aftrekbaar. De premies die uw vennootschap betaalt voor de opbouw van een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging (IPT) zijn voor haar fiscaal aftrekbaar binnen de zgn. 80%-grens (art. 195, §1; art. 52, 3° b en art. 59 WIB 92). Ze betaalt op de premies een taks van 4,4% en aan de verzekeringsmaatschappij en de makelaar zgn. instap- en/of beheerskosten van zo’n 2 à 7%.

Uitkering belast. Wanneer de verzekeraar het pensioenkapitaal uitkeert, wat ten vroegste kan op de wettelijke pensioenleeftijd, moet hij er een solidariteits- en RIZIV-bijdrage op inhouden van in het totaal maximaal 5,55%. Daarna betaalt u privé op het kapitaal, behalve op de winstdeelname, nog een afzonderlijke belasting van 16,5% bij uitkering vanaf 62 jaar (art. 171, 4° f WIB 92) of 10% bij uitkering op uw 65ste en op voorwaarde dat u tot dan professioneel actief blijft (art. 171, 2° b WIB 92) .

Liquidatiereserve: waarover gaat het?

Aanleg niet aftrekbaar. De bedragen die toegevoegd worden aan een liquidatiereserve zijn geen aftrekbare kosten. Een liquidatiereserve wordt immers gevormd door overboeking van winsten ná belasting, lees: na de gewone vennootschapsbelasting plus de bijzondere aanslag van 10% op de liquidatiereserve (art. 219quater WIB 92) .

Uitkering niet belast. De liquidatiereserves die bij de vereffening als zgn. liquidatiebonus uitgekeerd worden, zijn dan belastingvrij (art. 21, 11° WIB 92) . Vereffent u uw vennootschap niet wanneer u met pensioen gaat, dan kunt u de liquidatiereserves uitkeren tegen 5% roerende voorheffing voor zover ze minstens vijf jaar eerder aangelegd zijn, anders is het nog 17% (art. 269, §1, 8° WIB 92) .

Waarom een groepsverzekering beter is

Zekerheid. De premies van een groepsverzekering of IPT worden belegd door de verzekeraar, die er zich toe verbindt om u op de pensioenleeftijd de premies verhoogd met een gegarandeerde opbrengst uit te keren. U bent er dus zeker van dat u dat pensioen krijgt. Het geld voor een pensioen via een liquidatiereserve daarentegen blijft in uw vennootschap. U heeft dan wel de vrijheid om het te beleggen zoals u wilt, maar ook de onzekerheid of uw vennootschap bij uw pensionering wel over voldoende middelen zal beschikken om de liquidatiereserve (volledig) aan u uit te keren.

Enkel voor u. Een pensioen van een groepsverzekering of IPT wordt integraal aan u uitgekeerd. Een liquidatiereserve wordt echter uitgekeerd aan alle aandeelhouders, normaal in verhouding tot hun aantal aandelen op het moment van de uitkering. Enkel als u de enige aandeelhouder bent van de vennootschap op het moment van de uitkering is de volledige liquidatiereserve voor u.

Fiscaal het goedkoopst. De belangrijkste reden waarom een liquidatiereserve geen alternatief is voor een pensioenverzekering, is de fiscale kost. U betaalt weliswaar op de uitkering van een pensioenverzekering privé belastingen en op de uitkering van een liquidatiereserve niet. Dit verschil in uw nadeel wordt echter ruimschoots gecompenseerd door de belastingbesparing die uw vennootschap realiseert door de aftrek van de betaalde verzekeringspremies.

Een liquidatiereserve is fiscaal duurder dan de opbouw van een groepsverzekering.

Bovendien heeft u geen 100% zekerheid dat uw vennootschap bij vereffening het geld heeft om die liquidatiereserve volledig te kunnen uitkeren en zijn er nog andere aandeelhouders, dan moet u het bedrag delen.

#vennootschap #rendement #pensioen

50 keer bekeken