Highfield Insurance Investments
7 mei 2018

Optimaal gebruik dividendvrijstelling

0 reacties

Tip: als u zowat 25.000 euro investeert in Ackermans & van Haaren, Bois Sauvage, Brederode, GBL, Gimv en Sofina ontvangt u 640,5 euro dividend en behaalt u een dividendrendement van 2,5 procent.

Bruto, en finaal ook netto.

Nieuwste posts
  • Highfield Insurance Investments
    11 mei 2018

    U bent zestig en u wil lenen voor een nieuwe woning. Waarop moet u dan letten? Voor de banken telt het volgende: krijgen ze hun geld terug met interest, ja of nee? Dat is ook logisch, want het geld dat ze uitlenen, komt van hun spaarders. Bovendien spreken we bij leningen vaak over aanzienlijke sommen geld. Dus ja, banken houden zeker rekening met de levensverwachting van hun kredietnemers. Elke bank volgt wel zijn eigen regels. Het belangrijkste advies is dan ook: zorg dat u voldoende inkomsten in het vooruitzicht hebt waarmee u aan de bank bewijst dat u de afbetalingen zeker zal doen. Enkele banken focussen op de dag dat de lening moet terugbetaald zijn . Zo wil Argenta haar geld liefst terugzien als u 70 jaar wordt. Bij BNP Paribas Fortis mag de jongste kredietnemer op het einde van de lening maximaal 67 jaar zijn. De redenering is dat een kredietnemer ‘loontrekkende’ moet zijn. Vanaf 67 bent u in principe met pensioen. Andere banken zeggen dat ze geen leeftijdsgrens hanteren en dat ze elke aanvraag op de eigen merites beoordelen. Het klopt dus niet dat banken oudere kredietnemers niet aanvaarden. Dat blijkt ook uit de cijfers. BNP Paribas Fortis verstrekte vorig jaar 7% meer leningen aan babyboomers/55-plussers. Zij leenden gemiddeld 143.455 euro, en betaalden dat met interest terug in een periode van gemiddeld 120 maanden. De afbetaling bedroeg dan telkens 824 euro, wat neerkomt op 30% van hun inkomen. De babyboomers leenden gemiddeld 57% van de waarde van hun onroerend goed. Wie op latere leeftijd nog een krediet aangaat, moet wel een hogere premie betalen voor de schuldsaldoverzekering . Het risico dat u overlijdt tijdens de afbetalingsperiode is natuurlijk hoger dan wanneer u de lening zou afsluiten als 25-jarige. Een formele maximumleeftijd is er niet, een minimumleeftijd wel. Wie wil lenen, moet juridisch handelingsbekwaam zijn. Dus: minstens 18 jaar zijn. Het vereist een zware juridische weg - via een ontvoogdingsprocedure en toestemming van een jeugdrechter - om dat te omzeilen. En natuurlijk zullen de banken opnieuw kijken naar de mogelijkheid om de lening terug te betalen. Vast inkomen Zo is een vast inkomen handig. De bank heeft dan meer zekerheid dat u de lening aflost. In Vlaanderen kan u via de overheid trouwens een gratis verzekering afsluiten als u al minstens twaalf maanden werkt, die u helpt wanneer u onvrijwillig werkloos of arbeidsongeschikt wordt. In dergelijke situaties neemt een verzekeraar namelijk tijdelijk een deel van uw afbetalingsverplichtingen over. Tip : maar ook zonder vast inkomen is een hypotheeklening mogelijk, bijvoorbeeld als u als zelfstandige of met interimcontracten werkt. Meestal is de bank dan wel iets strenger in de beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer. In het slechtste geval leggen ze u wat extra waarborgen op. Verplichte verzekeringen Een hypotheek betekent dat u bij wanbetaling de bank het recht geeft om uw woning te verkopen en met de opbrengst de nog uitstaande schuld te vereffenen. Daarom vraagt de bank ook dat u een brandverzekering afsluit. Anders zou bij een brand ook de waarborg in de vlammen opgaan. De bank wil ook vaak dat u een schuldsaldoverzekering afsluit. Die houdt in dat bij een overlijden (een deel van) de schuld wordt afgelost door de verzekeraar, zodat uw nabestaanden hiervoor niet meer moeten opdraaien. Tip : hebt u geen directe nabestaanden die u wenst te beschermen tegen voortijdig overlijden, hoeft u geen schuldsaldoverzekering te nemen. Uw fiscale korf aan voordelen is doorgaans ook al opgevuld met kapitaalaflossingen en interesten.
  • Highfield Insurance Investments
    30 apr. 2018

    Interessant artikel over effectentaks van Indicator: Effectentaks: ook als vruchtgebruiker of blote eigenaar? Stel, na een erfenis of schenking van een effectenrekening wordt u mede-eigenaar, vruchtgebruiker of blote eigenaar van zo’n rekening. In welke mate is daar dan de ‘nieuwe’ effectentaks op verschuldigd (als u al een eigen rekening had)? De nieuwe effectentaks Wie als natuurlijke persoon effectenrekeningen heeft met een waarde van € 500.000 of meer, moet op het geheel een effectentaks betalen van 0,15% (wet 07.02.2018, BS 09.03.2018) . U moet dus al uw effectenrekeningen ‘samen’ bekijken en nagaan of u aan de drempel komt. Deze drempel geldt ‘per persoon’ en er wordt een gemiddelde van de waarde genomen op 31.12, 31.03, 30.06 en 30.09. Stuk in onverdeeldheid? Na erfenis. En typisch voorbeeld van onverdeeldheid treedt (tijdelijk) op na een erfenis. Stel, u en uw zus erven een effectenportefeuille van uw moeder (vader is al overleden) van € 1.000.000. Voor de effectentaks wordt er dan van uitgegaan dat beide kinderen voor 1/2 eigenaar zijn. Proportionele verdeling weerleggen. Als achteraf zou blijken dat uw aandeel in de effectenportefeuille kleiner is dan € 500.000, dan moet u de effectentaks die door de bank ingehouden werd, terugvragen aan de fiscus. Dat kan bv. het geval zijn als in het testament van uw moeder staat dat u bv. de woning erft én 20% van de effectenportefeuille, terwijl de rest naar uw zus gaat. U zal dan concreet moeten bewijzen wat uw aandeel (en dat van uw zus) in deze effectenportefeuille juist was. Let op! U moet al uw effectenrekeningen samentellen. Als u een stuk van een effectenrekening geërfd heeft van € 200.000 en u heeft zelf al een effectenrekening van € 350.000, dan zal u 0,15% betalen op € 550.000 (200.000 + 350.000). Maatschap. Een ander typisch voorbeeld is waar ouders en kinderen in het kader van een successieplanning samen een effectenrekening hebben in een zgn. maatschap. De ouders hebben dan vaak samen 1% en bv. de drie kinderen elk 33%. Ook hier zal men ervan uitgaan dat iedereen 1/5 of 20% heeft, tenzij u het tegendeel bewijst. Vruchtgebruiker of blote eigenaar? Na schenking. Na een schenking van een effectenrekening met voorbehoud van vruchtgebruik behoort de rekening toe aan blote eigenaars en vruchtgebruikers. De vruchtgebruikers en de blote eigenaars worden dus ook verondersteld in dezelfde mate eigenaar te zijn van de effectenrekening. Voorbeeld. Stel, de ouders schenken aan hun enig kind een effectenrekening van € 1.200.000 met voorbehoud van vruchtgebruik. Het vruchtgebruik (dividenden en interesten) zit dan bij de ouders en de blote eigendom bij het kind. De fiscus zal er ook hier van uitgaan dat elke persoon voor 1/3 eigenaar is van de portefeuille (waarde van € 400.000 per persoon). Ook hier kunt u de werkelijke verdeling bewijzen als dat beter uitkomt. Hoe het tegenbewijs leveren? De Wet op de effectentaks laat dus toe om het vermoeden van proportionele verdeling te weerleggen (als u zo onder de € 500.000 zakt). U moet dat doen in uw aangifte en u moet de nodige bewijsstukken bijvoegen. Zo kunt u bv. wat u concreet erfde aan de hand van het aanslagbiljet in de erfbelasting bewijzen. Wie vruchtgebruiker is en geen proportionele verdeling wil, kan dat bv. bewijzen aan de hand van de notariële schenkingsakte samen met de burgerrechtelijke omzettingstabellen vruchtgebruik-blote eigendom. De geërfde of geschonken rekening moet meegeteld worden voor de effectentaks, zij het slechts ‘voor een aandeel’. Men werkt daarbij met een vermoeden van ‘een gelijk aandeel voor iedereen’, maar u kunt het tegendeel aantonen als uw aandeel de facto kleiner zou zijn en u zo onder de € 500.000 zou kunnen zakken.